Schriftelijke vragen CDA over Rhijnhaeghe

Tijdens de hoorzitting over Rhijnhaeghe op 17 april 2018 in het gemeentehuis gaf de wijkvereniging Kromme Rijn aan dat er geen verslagen zijn gemaakt tijdens de bijeenkomsten met het college en projectontwikkelaar Sustay. De afspraken over de kaders (voorwaarden en regels) zijn volgens de wijkvereniging Kromme Rijn niet vastgelegd. Naar aanleiding hiervan heeft het CDA aan het college twee schriftelijke vragen gesteld over de verslaglegging tijdens overlegmomenten bij Rhijnhaeghe.

Misverstand

Klaarblijkelijk is hier sprake van een misverstand.

Het CDA haalt in de inleiding het Rijksrechercheonderzoek aan rond de aanbesteding van het Scholeneiland Odijk. Maar de conclusie van dit Rijksrechercheonderzoek geldt alleen voor projecten waarbij een aanbesteding gedaan moet worden en bij Rhijnhaeghe is er geen sprake van een aanbesteding. De grond is immers niet van de gemeente. Bovendien is de gemeente geen opdrachtgever voor de ontwikkelaar die de locatie wil gaan ontwikkelen.

De gemeente stelt wel kaders ten aanzien van de ontwikkeling. Ook stelt de gemeente een nieuw planologisch kader op en borgt de afspraken en financiële aspecten.

Voor de helderheid: het vaststellen van de kaders en de besluitvorming hierover gebeurt in alle openbaarheid door het college en de raad. Nadat het college of de raad de kaders heeft vastgesteld, worden deze opgenomen in een overeenkomst met de ontwikkelaar.

Verslaglegging

Alles wat besproken wordt tijdens een overleg komt natuurlijk wel in één of andere vorm terug, ofwel bij het college, ofwel bij de raad. Dit is ook het geval geweest bij Rhijnhaeghe. Kaders worden ambtelijk voorbereid, op basis van gemeentelijk beleid. Vervolgens worden die vertaald naar de specifieke locatie. De ambtenaren bespreken de kaders met de projectontwikkelaar in de zin van: informeren en verkennen wat haalbaar is.

De werkwijze die bij Rhijnhaeghe is gevolgd, wordt ook bij andere soortgelijke projecten gehanteerd als er geen sprake is van een aanbesteding. Het college is van mening dat verslagen maken alleen gewenst is als dit van toegevoegde waarde is in het proces. Inhoudelijke resultaten worden immers altijd gemotiveerd aan de raad en/of het college voorgelegd ter vaststelling.

Bron: Gemeente Bunnik