Uit recente gegevens van het CBS en het Kadaster blijkt dat huizenkopers in 2024 gemiddeld meer moesten betalen voor een woning dan in 2023. De gemiddelde koopwoning kostte 451.000 euro, een stijging van zo'n 35.000 euro ten opzichte van het voorgaande jaar.
Ook in Bunnik is de gemiddelde transactieprijs van woningen gestegen. In 2024 lag deze op €556.000, wat neerkomt op een stijging van 1,0% ten opzichte van het voorgaande jaar.
Opvallend is dat in twee gemeenten, Laren en Bloemendaal, huizenkopers vorig jaar meer dan een miljoen euro betaalden voor een gemiddeld koophuis. Daarentegen lag in elf gemeenten de gemiddelde prijs juist onder de 300.000 euro, vooral in Groningen en Limburg.
In enkele kleinere gemeenten zoals Eemnes en Renswoude steeg de gemiddelde verkoopprijs vorig jaar met meer dan 25%, terwijl gemeenten zoals Boekel, Beesel en Blaricum een daling zagen.
Van de tien grootste gemeenten had Amsterdam in 2024 de hoogste gemiddelde transactieprijs van 618.000 euro, gevolgd door Utrecht en Breda. Groningen stond onderaan met 373.000 euro.
De verschillen tussen de duurste en goedkoopste gemeente zijn iets afgenomen. In 2024 bedroeg dit verschil 797.000 euro, terwijl het in 2023 nog 873.000 euro was.